ELEKTRONISCHE KILOMETERTELLERS

Een motorfiets moet wettelijk voorzien zijn van een snelheidsmeter. Daarnaast staan er tegenwoordig zoveel camera´s, snelheidscontroles en flitspalen langs de weg dat lekker hard rijden in Nederland haast onmogelijk is geworden. Een goed werkende snelheidsmeter is nu een instrument geworden om de portemonnee te ontzien. Een probleem is echter dat onze H-D´s tot voor kort uitgerust waren met een zondermeer gammele voorziening op dit gebied. Lange tijd hebben we moeten tobben met gebroken tellerkabels, kapotte telleraandrijvingen op het voorwiel, etc. Ook bij montage van een andere wiel en/of een ander bandenmaat heb je een probleem omdat de aanwijzing niet meer klopt. Tot overmaat van ramp zijn er ook nog combinaties van wielen en voorvorken waar je haast geen telleraandrijving kwijt kunt omdat er niet genoeg ruimte is door montage van een tweede remschijf. Na lange tijd zagen zelfs de Harley-Davidson fabrieken in dat dit echt niet meer van deze tijd is en ging men in 1994 over op kilometertellers die elektronisch aangestuurd worden. Deze werken haast altijd gedurende zeer lange tijd probleemloos en zijn onderhoudsvrij. Wat kun je nu doen als je een ouder model motor hebt en van het gedonder met een kapotte mechanische snelheidsmeter af wilt zijn? De oplossing is eenvoudig: gewoon electronisch maken!

De werking
Allereerst zullen we de werking van electronische tellers eens gaan bekijken; Het principe is heel eenvoudig; ergens op de motor bevindt zich een inductieve opnemer die pulsen telt die afgegeven worden door een metalen voorwerp in de eindoverbrenging. Dit kunnen bijvoorbeeld pulsen zijn die door de spaken in het achterwiel of door de tanden van het tandwiel of beltpulley gegeven worden. De inductieve opnemer telt hoeveel maal per tijdseenheid over een bepaalde afstand de tanden of de spaken langs komen en de teller rekent dat om in kilometers of mijlen per uur. Je legt bij de instelling van de teller dus bijvoorbeeld een kilometer af en de teller slaat het aantal pulsen op in het geheugen. Als je na het instellen met de motor gaat rijden en de teller krijgt per tijdseenheid de pulsen 50 maal zo snel dan weet de teller dat hij 50 kilometer per uur aan moet geven. Eigenlijk heel eenvoudig dus. Het voordeel van dit systeem is dat je geen vaste instelling meer hebt en je teller kunt ijken voor elke wiel- of bandenmaat. Verander je iets aan je overbrenging of je wielmaat, dan kun je gewoon de boel opnieuw instellen door weer een kilometer te rijden en deze gegevens weer in de teller op te slaan. Ook slijtage van je band kun je op deze wijze zelfs corrigeren zodat je altijd een nauwkeurige snelheidsmeter hebt. Dit systeem wordt standaard op de laatste modellen HD's toegapast. De inductiegever bevind zich dan in de versnellingsbak.

De sensor
Om de kilometerteller van informatie te voorzien zullen we ergens een sensor (inductiegever) moeten plaatsen. Dit is niets anders dan een spoeltje om een magneet waar "iets" van metaal langs moet bewegen dat de sensor kan tellen. De Harley fabrieken gebruiken hiervoor bij de nieuwere modellen een tandwiel in de versnellingsbak voor. Je kunt er natuurlijk ook iets anders voor gebruiken zoals bijvoorbeeld de tanden van je kettingwiel, de pulley van je beltdrive, je spaken, gaten in je remschijf, etc. Er bestaan zelfs sensoren die je om de as van je wiel klemt en die dan de bouten van je achterkettingwiel of pulley telt die langskomen. Als er maar iets regelmatig langs de sensor beweegt is het goed. Bij de sensoren bestaan twee uitvoeringen, een model met een permanente magneet en een model met een elektrisch bekrachtigde magneet. Het laatste model is in het algemeen een stuk kleiner van uitvoering en wat gevoeliger, waardoor de montage wat minder kritisch is. De modellen met een permanente magneet kom je in elke auto tegen en zijn in veel uitvoeringen verkrijgbaar. De kleinere modellen met een electrisch bekrachtigde magneet zijn verkrijgbaar via Harley-Davidson en de aftermaket. O.a. Motorcycle Storehouse en Custom Chrome hebben een uitgebreid assortiment.

De snelheidsmeter
In de keuze van dit soort kilometertellers is het assortiment ongekend groot. Variërend van kleine modellen voor racefietsen tot Hi-Tech tellers van bijvoorbeeld het merk VDO. Natuurlijk zijn er ook bij de after-market vervangtellers voor originele modellen verkrijgbaar. Wij kiezen in ons geval voor een teller van het bekende merk VDO. Omdat hij bestemd is voor een snelle project-bike pakken we maar gelijk een model dat tot 300 kilometer per uur gaat. De motor zal deze snelheid wel nooit halen maar het ziet er wel gelikt uit. Overigens levert VDO een assortiment van deze tellers dat groot is. Verschillende diameters en schaalverdelingen zijn leverbaar bij deze fabriek.

De montage
Wij willen in ons geval de teller traditioneel op de tank monteren. Hiervoor bestaan aluminium ringen om de teller in een origineel dashbord te plaatsen. Let hierbij op, er is één model voor het stalen (oude) model dashbordkap en een ander model voor de latere modellen aluminium kappen. Je monteert hierbij eenvoudig de VDO teller in de ring, die je daarna in zijn geheel op de onderplaat van het dashbord vastzet.
Natuurlijk is het ook mogelijk om dit soort modellen tellers op het stuur te monteren. O.a. de firma Yankee Engineuity levert prachtige uit aluminium gefreesde steunen, al dan niet voorzien van controlelampjes voor de oliedruk, etc. Deze steunen worden in Europa o.a. verspreidt door Custom Chrome, kijk eens op bladzijde 16-62 van hun catalogus.

Afstellen van de VDO kilometerteller
We gaan maar eens aan de gang met een VDO snelheidsmeter op een HD. Voor de instelling zijn 3 mogelijkheden voorhanden. Twee mogelijkheden zijn bedoeld voor de instelling, terwijl de derde mogelijkheid bedoeld is voor de fijnafstelling. Deze laatste instelling geeft de mogelijkheid om een ingestelde kilometerteller later, bij een eventuele afwijking in de aanwijzing, te kunnen corrigeren. Hierna volgt een omschrijving van de drie mogelijkheden.

Algemene instelling
De drukknop in het frontglas van de teller dient met uitgeschakelt kontaktslot ingedrukt te worden en ingedrukt gehouden te worden. Hierna wordt het kontakt van de motor ingeschakeld met de drukknop nog steeds ingedrukt. In de display van de teller verschijnen nu de aanwijzingen "AUtOCL", "PULSE" en AdJUST. Deze aanwijzingen wisselen elke twee seconden. De gewenste instelmogelijkheid wordt gekozen door de knop los te laten als de geselecteerde instelmogelijkheid op de display verschijnt.

Instelling met de functie AUtOCL
Nadat de functie "AUtOCL" zoals geselecteerd is zoals beschreven is in de alinea "ALGEMENE INSTELLING", verschijnt na ongeveer 3 seconden in de display de vermelding "bUttOn". Nu kan de motor gestart worden en naar het begin van het meetpunt gereden worden. Aan het begin van de meetafstand dient de drukknop kort ingedrukt te worden. Nu verschijnt de aanwijzing "StArt" in de display en kan de meetweg afgelegd worden. De meetafstand dient met een constante snelheid afgelegd te worden. Direct na het afleggen van de meetafstand dient de drukknop voor de tweede maal ingedrukt te worden. Als het aantal impulsen die door de sensor gegeven zijn tussen de normale meetwaarden van 500 tot 399990 pulsen ligt wordt dit aangegeven in de display (voorbeeld: na het afleggen van de meetafstand van 1 kilometer verschijnt in het venster 50 000; dan betekent dit dat de teller 50 000 inpulsen ontvangen heeft tijdens het afleggen van de meetweg van 1 kilometer). Als het display "F00" (geen inpuls) aangeeft, moet een nieuwe afstelling plaats vinden.

Instelling met de functie PULSE
Een alternatief voor de hiervoor genoemde afstelmogelijkheid is de functie PULSE. Je kunt deze functie alleen gebruiken als het aantal in te stellen pulsen bekent is. Dit is bijvoorbeeld het geval als je een soortgelijke motor eerder hebt opgebouwd of iemand bijvoorbeeld een zelfde maat wiel met band heeft gemonteerd. Je kunt dan eenvoudig hetzelfde aantal pulsen in de teller programmeren als de andere teller. Wanneer de functie "PULSE" gekozen wordt bij de algemene instelling, verschijnt na ongeveer drie seconden "P50 000" knipperend in het display. Nu kan gelijk begonnen worden met het instellen van het aantal inpulsen (van 500 tot 399 990 pulsen). Na instelling van het aantal ingestelde inpulsen geeft het display daarna automatisch de totaal afstand of meetafstand aan en is de instelling afgesloten. Wanneer na de pulsinstelling in het display nog de voorlaatse instelling knippert dient de instelling opnieuw uitgevoerd te worden zoals hierboven omschreven.

Met de functie "PULSE" kan het bij de functie "AUtOCL" ingevoerde aantal pulsen gecontroleerd worden. Het opgeslagen aantal pulsen verschijnt in het display en de getallen beginnen een voor een, beginnend met het voorlaatste getal, te knipperen. Je kunt dit getal ook gebruiken om een nieuwe teller, die op dezelfde wijze gemonteerd is, te programmeren met de functie PULSE

Instelling met de functie AdJUSt
Wanneer voor de functie "AdJUSt" gekozen wordt bij de algemene instelling verschijnt na ongeveer 3 seconden wisselend de aanwijzing "UP" en "dn" (up en down). Wordt bijvoorbeeld de aangave "UP" de drukknop ingedrukt en vastgehouden, dan verandert de wijzeruitslag naar boven (bij "dn" naar beneden). De verandering van de wijzer van de teller is in het begin zeer langzaam. Hierdoor is een zeer nauwkeurige afstelling mogelijk. Door de drukknop regelmatig kort los te laten blijft de wijzeruitslag langzaam veranderen. Houdt men de drukknop ingedrukt dan zal de wijzeruitslag zich steeds sneller gaan wijzigen. Als de afstelling voltooid is laat men de knop los, waarna het display na ongeveer 1 minuut automatisch de totaalafstand of de meetafstand aan zal gaan geven. Hiermee is de fijnafstelling afgesloten. Als gedurende de fijnafstelling het display knippert, is dit een teken dat de gever een verkeert aantal (of geen) pulsen ontvangt. Het aantal pulsen ligt dan lager dan 500 pulsen of hoger dan 399 990 pulsen. Men dient in dit geval een nieuwe afstelling uit te voeren in de stand "PULSE". Deze instelling mag alleen op een rollenbank uitgevoerd worden! De fijninstelling is alleen mogelijk tussen 30 % en 100 % van het meetbereik van de teller. Tijdens de fijninstelling vindt geen meting van het aantal pulsen plaats.

Gebruik van de VDO kilometerteller
Door de drukknop kort in te drukken verschijnt naar wens de totaalafstand (bijv. 9991,7) of de deelafstand (bijv. t176,8) in het display.

De functie TOTAALAFSTAND
De functie totaalafstand geeft het totaal aantal afgelegde aantal kilometers aan tot maximaal 999999,9 kilometer. Het totaal aantal kilometers kan niet gewijzigd worden.

De functie DEELAFSTAND
De functie deelafstand (ook wel genoemd dagteller), geeft een deelafstand aan. Door de knop 2 seconden ingedrukt te houden vindt er en nul-instelling van de dagteller plaats (t0,0).

Deze VDO tellers zijn bij de meeste HD-dealers verkrijgbaar en zijn een oplossing voor veel problemen. Als je alleen al kijkt hoeveel motoren tijdens de keuringen in Leleystad afgekeurd worden op een tellerafwijkingen, dan blijkt dat een teller die je zelf eenvoudig kunt ijken een nuttige accessoire is voor onze HD. Je kunt ze met de verkrijgbare montagering eenvoudig in het dashbord van alle modellen met het contactslot op de benzinetank monteren. De VDO snelheidsmeters zijn van een instelknop voorzien. Bij de originele (en after-market) tellers is dit niet het geval. Ook hier is natuurlijk een oplossing voor. De firma's S&S en Dakota leveren handige kastjes die je eenvoudig in de bestaande draadboom kunt hangen en waarmee je dan simper een originele teller kunt bijstellen. Ze zijn via de meeste shops verkrijgbaar

 

 
De VDO snelheidsmeter met een tweetal montageringen voor gebruik in een origineel dashbord.
 
Diverse modellen sensoren. De twee linkse modellen komen uit de auto-industrie. De rechtse (met draad) is van HD.

 


De teller gemonteerd in een standaard dashbord.

 


terug